De Woudvliegers-Putten

Veranderingen deel 1

Sept. 2014

OVER ALLES ……………….EN NOG WAT.

 Veranderingen  deel 1,

De eerste weken na de vluchten vind ik eigenlijk de minste van het jaar , aan de ene kant ben ik blij dat het gebeurt is ook omdat ik dan eigenlijk gewoon moe ben , maar aan de andere kant mis ik de spanning van de competitie.

Dat is ook de reden dat we nooit meedoen aan die plezier wedstrijdjes of kermis-coursen zoals ze ook wel genoemd worden waar iedereen wel een taart of wat vlees kan winnen , maar ook vind ik het zonde dat de duiven die het hele seizoen al gevlogen hebben nog een inspanning moeten doen die nergens voor telt , dat wordt anders als je dit soort vluchten gebruikt om jongen af te richten zoals in bepaalde provincies in Nederland gebeurt , je kunt het er mee eens of tegen zijn maar het feit ligt er dat je regelmatig het jaar daarop goede jaarlingen ( “taarten-duiven”) tegenkomt die alleen dit soort vluchten gehad hebben , daarbij moet opgemerkt worden dat ook enkele zeer bekende liefhebbers de stap gewaagd hebben met deze voorbereiding van de jongen op het volgende seizoen , wij hebben er niets mee , maar dat kan veranderen zoals zoveel zaken in het leven.

En er is wat verandert ook in de duivensport of misschien wel vooral in de duivensport , eigenlijk alles , de liefhebbers , de hokken , de duiven , de sport , maar ook alles er omheen , soms in het nadeel maar vaak ook in het voordeel van de duivensport wat sommige ook moge beweren .

Daarom wil ik hier niet meer gaan schrijven over het verenigingsleven in de inkorflokalen waar men niet meer gezellig over duiven kan praten soms tot ver in de nachtelijke uren of terug naar de basis zoals sommige beweren , wat een onzin , vaak geklets van mensen die de realiteit niet onder ogen willen zien , sport , dus ook duivensport beleef je niet in de kantine of inkorflokaal , sport beleef je op de plaats waar die bedreven wordt , dus wat de duivensport betreft in de tuin bij het hok , daar maak je de mooie dingen mee en daar is niets mis mee .

Dat de jeugd niet warm loopt voor de duivensport is niet opzienbarend , dat is zowat in alle kleinere verenigingen waar men probeert een sport te bedrijven hetzelfde , de jeugd wil niet gebonden zijn aan zo een vereniging en daarnaast willen ze absoluut de lasten niet die zoiets altijd met zich meebrengt .

Er zijn enkele veranderingen waar ik me nog steeds over verbaas , één daarvan is het verschil van vluchten boven 500 km. van vroeger en nu , ik kan me werkelijk nog goed herinneren dat bij iets zwaarder weer je blij moest zijn dat je er s’avonds een duif door kreeg , zo ook van 750 km. , nu krijg je er van dat soort vluchten soms 2 of 3 tegelijk , in ieder geval achter elkaar , de oorzaak moet je volgens mij zoeken in de duif en de verzorging , wat de duif betreft is vooral het specialisme de verbetering , duiven die juist die afstand aankunnen , tophokken op de dagfond selecteren alleen maar op die afstand , bij ons hebben die vluchten altijd voorrang , we vinden dat alle duiven op ons hok de vluchten van 500 km. tot 750 km. aan moeten kunnen , op dit moment kunnen we zonder grote problemen alles daarop zetten , maar vraag niet wat dat voor veren gekost heeft in de loop der jaren en nog steeds , ook van duiven die wel 1 of 2 vluchten aan konden maar niet 4 of 5 , kwijt en weer opnieuw beginnen , daarnaast selecteren we ook nog op kopprijzen want we zijn er van overtuigd dat je met duiven die niet missen en alleen maar 1:10 vliegen zonder kop je op den duur volledig gaat missen , daarom mogen duiven die van de 5 dagfond vluchten 2x kop en 1x normaal vliegen en zeg maar 2x missen wel blijven en duiven die 4x een prijs winnen achterin de uitslag ruimen we op.

Juist die selectie methode maakt het zo moeilijk om versterking te vinden ook omdat we van mening zijn dat boven alles de duif het belangrijkste is , daar draait het om , je kunt dat niet vaak genoeg zeggen .

Naast de duif heb je dan de verzorging die het verschil maakt met vroeger , in de breedste zin van het woord , daar bedoel ik mee oa. de voeding , het systeem , medische begeleiding  , de training enz. , we denken dat de voeding en de training met daarbij misschien de medische begeleiding toch de meeste invloed op de verbeterde prestaties heeft gehad vooral ook omdat we meer zijn gaan nadenken over vetten en eiwitten wat de voeding betreft .

De voeding wordt tegenwoordig naast de granen veelal aangevuld met voedingssupplementen , éénvoudig gezegd het gaat juist om die extra vetten en eiwitten , vooral op de vluchten boven de 500 km. en daarbij ook omdat veel van de duiven iedere week mee moeten , je kunt zoiets kant en klaar krijgen maar in Holland bestaat het vaak uit extra kaas – pinda’s – nutripower – tovo – hennep – schapenvet of een mengsel van dat alles , alleen oppassen dat je niet gaat overdrijven , vooral het teveel aanvetten is gevaarlijk , het moeten natuurlijk wel atleten blijven .

Dan natuurlijk het trainen , was je vroeger tevreden als de weduwnaars zo rond de 10 min. trokken en dan weer op of in het hok vielen nu moeten ze minimaal een uur vliegen zonder op het hok te komen , daarbij moeten ze ook nog zo’n 20 min. wegtrekken , maar zoals ook in andere sporten wordt de training nog al eens aangepast of bijgesteld aan de omstandigheden .

Als we zelf terug kijken zijn we de laatste jaren toch wel iets anders gaan denken wat betreft het trainen , ooit dachten we dat het presteren compleet afhankelijk was van het trainen , nu ( de laatste 2 jaar ) denken we er iets anders over , we hebben zoal verschil gemaakt in de trainingsduur tussen de duivinnen en de doffers en dan vooral tussen de 2 dagfond vluchten in , we hebben gemerkt dat op een gegeven moment de doffers meer rust nodig hadden dan de duivinnen , we veranderden ook de trainingduur , daar bedoel ik mee dat we vanaf de eerste week van April tot 1 week voor de eerste dagfond vlucht proberen de dagelijkse trainingsduur op te voeren tot minimaal 1 ½ uur per dag , dan de week voor deze vlucht verdelen we de 1 ½  uur over 2 trainingsbeurten per dag waarvan in de morgen vrijwillig , als ze meer willen trainen staan we dat natuurlijk toe , we blijven zo trainen tot de laatste oude duivenvlucht , met dien verstande dat we ze eigenlijk meer vrijwillig laten trainen , dus als ze aangeven het moeilijk te hebben halen we ze naar binnen , je kunt het vergelijken met de trainingsmethode van bijvoorbeeld sporters , de training opvoeren en terughalen voor een belangrijke race , daarbij ook zorgen voor voldoende rust .

Ook het rijden doordeweeks hebben we veranderd , ook weer uit ervaring en na enkele gesprekken met topspelers , we bemerkten dat als we ze iedere week 2x wegbrachten tot 70 km. er na enkele weken een soort gewenning optrad , ze kwamen ongeïnteresseerd van de vlucht thuis , niet laat maar ook niet super vroeg , opvallend was ook dat er geen wil inzat snel naar binnen te gaan , toen we alleen nog gingen rijden voor een belangrijke vlucht en niet verder dan 50 km. ging het stukken beter .

Verder rijden we nog na een zware onregelmatige vlucht voor het zelfvertrouwen op te krikken en om de snelheid er in te houden , maar absoluut niet verder dan 25 km.

In de volgende aflevering gaan we verder in op de andere veranderingen zoals medische begeleiding enz.

Succes,

Co Verbree

co@combverbree.nl